Tekst voorgedragen door Deborah Lambillotte (GAG) tijdens de hoorzitting van de Commissie voor de Justitie van De Kamer
Geachte commissie justitie, hartelijk dank om me als lid van de Gender Actie Groep een Vlaamse belangen groep in gender materie het woord te geven in deze hoorzitting over het wetsvoorstel betreffende transseksualiteit van 11 maart 2004, ik spreek hier ook namens de Vlaamse Gender Kring.
De Genderactiegroep is een denk- en actiegroep die ijvert voor een wereld waar genderrechten een mensenrecht zijn, waar iedereen gelijke kansen heeft en vrij is van genderisme. GAG komt op voor gendervrijheid, namelijk genderdiversiteit, een vrije genderexpressie en een vrije genderidentiteit. Zie www.genderactiongroup.be
Onze kritische analyse is van een ander orde dan deze van individuen die het wetsvoorstel toejuichen omdat het hun persoonlijk lijden en wachten verzacht. Wij redeneren en ageren vanuit de ruime groep genderdiverse mensen die op een wettelijk kader zitten te wachten, maar terzelfdertijd wel kritisch genoeg onderlegd zijn om de ingebouwde discriminaties in dit wetsvoorstel te analyseren. Wij willen zeker wel een wettelijk kader, maar dan een goed.
We juichen elk wetgevend initiatief toe dat het leven van genderdiverse mensen vereenvoudigt en hun lijden - dat vaak voortspruit uit onbegrip en onkunde van bevoegde diensten en sociale omgeving - verzacht. Ook dit initiatief voor het vergemakkelijken van het veranderen van voornaams- en geslachtsregistratie is een goede stap op weg naar het wegwerken van genderdiscriminatie (of kortweg: genderisme). Dit hoort onzes inziens in elk geval een recht te worden dat elke individu met een eenvoudige administratieve procedure kan verkrijgen. Toch zijn er enkele grote punten van kritiek bij de huidige vorm van het wetsvoorstel.
Algemeen gesteld komen de kritieken er op neer dat de inhoud van het wetsvoorstel zijn doel ver voorbij schiet. Dit is al te merken aan de ongelukkig gekozen titel: "wetsvoorstel betreffend de transseksualiteit". Het Engelse voorbeeld (the Gender Recognition Act) duidt meer aan waar het de wetgever om te doen is: het wegwerken van omslachtige procedures voor naams- en geslachtsverandering in kader van de herkenning van de nieuwe gender, wat ook een ruimer bereik zal kennen.
Voorts lijkt ons het opnemen in een wettekst van een strikte momentane medische definitie van wie een transseksueel is en waar deze vervolgens medisch gezien moet aan voldoen, niet opportuun. Medische inzichten in het gender/sekse gegeven ontwikkelen zich volop. Medisch gezien staan gender variante personen bijv. op een breekpunt voor behandeling en erkenning. Een strikte definitie in een wettekst doet deze al verjaren vooraleer ze van kracht is.
Het is naar onze mening niet de taak van de wetgever om een medisch protocol bij wet vast te leggen. De verantwoordelijkheid voor een behandeling ligt bij de medische experts die rekening houdend met de wetenschappelijke en sociale evolutie uit maken welke het protocol is dat toegepast wordt. Zoals trouwens bij elke andere medische behandeling. De behandeling van bvb personen met kanker ligt toch ook niet vast bij wet, ook daar evalueert het medische korps welke de beste behandeling is. Het belang is dat de persoon een optimaal psychologisch en somatisch evenwicht en welzijn bekomt.
De wettekst focust zich onzes inziens slechts tot het topje van de ijsberg van genderdiverse mensen wat wij ten zeerste betreuren. Het wetsvoorstel zoals nu geformuleerd sluit immers allen uit die niet de geslachtsoperatie (SRS) willen of kunnen ondergaan en dus niet in de vermelde definitie van transseksualiteit vallen.
Tevens heerst hier een groot ethisch dilemma: hoe kan de wetgever mensen die een geslachtsaanpassende behandeling ondergaan verplichten tot sterilisatie vooraleer zij hun psychische genderidentiteit officieel mogen bevestigd zien? Welke ander medische conditie kent deze voorwaarde tot sterilisatie? Wat ook een gevaarlijk precedent is. Bovendien is deze eis in strijd met art 3 EVRM (verbod op onmenselijke behandeling) en art 8 EVRM (recht op privéleven).
Op het recente congres te Wenen (http://tgeu.net) werd het Belgische wetsvoorstel bestempeld als 'bad example' en werd het alom door internationaal aanwezige publiek, waaronder juristen en activisten met jarenlange ervaring op dit terrein, als onmenselijk en discriminatorisch bestempeld.
De eis 'zich niet meer kunnen voortplanten in het oorspronkelijk geslacht' is hoogst dubbelzinnig. Vrouw-naar-man (vm) transgenders hoeven immers geen geslachtsoperatie te ondergaan om hun officiële sekse te veranderen. Het volstaat om een ovarioectomie (het verwijderen van de eileiders) uit te laten voeren, en dus onvruchtbaar te zijn. Man-naar-vrouw (mv) transgenders die enkel de zaadballen laten verwijderen kunnen m.a.w. ook een geslachtsverandering bekomen, terwijl ze nog wel hun penis behouden. Mannen met vagina's en vrouwen met penissen? Gaat het de wetgever in feite om de afwezigheid van de voortplantingsorganen, dat hij het dan zo noemt. Het woord "geslachtsoperatie" is kortom misleidend en denigrerend. Het feitelijke argument is de onvruchtbaarheid. Maar dat argument raakt wal noch schip: hoe maak je het onderscheid met alle andere niet-transgender personen die om één of andere reden onvruchtbaar werden en/of hun uitwendige geslachtsorganen beschadigd zien?. Met andere woorden de wetgever houdt vast aan een simplistische fictie: dat man of vrouw zijn uiteindelijk enkel en alleen draait om het hebben van een penis of een vagina, of wat daar na medische reconstructie kan voor doorgaan. De wetgever ontkent impliciet het idee dat de genderidentiteit kan afwijken van het biologische geslacht. Terwijl het er in dit wetsvoorstel toch net om gaat om deze personen te helpen! De benaming alleen al transseksueel getuigt van een obsessie voor het seksuele, terwijl het om gender draait! Tot slot samenvattend
Als eerste aanzet biedt het wetsvoorstel van 11 maart 2004 betreffende transseksualiteit positieve aanknopingspunten voor verbetering van administratieve procedures. Door ontwikkelingen op medisch terrein alsmede op het vlak van de Europese wetgeving dreigt het voorstel echter reeds achterhaald te zijn alvorens het wordt gestemd. De Gender Actie Groep pleit voor een verbreding van de toepassing van het wetsvoorstel, zodat ook personen die een persistente en continue andere genderbeleving hebben, maar geen geslachtsveranderende operatie kunnen of wensen te ondergaan, in aanmerking komen voor een meer humane behandeling door ambtelijke instanties dan thans het geval is.
Deborah Lambillotte
Gent, 25 november 2005
Gender Actie Groep